Een digitaal oeuvre en een stalen beeld
Hengelose harmonie op Stationsplein Enschede

Peggie Breitbarth.

Hij woont in Hengelo en noemt zich digitaal beeldhouwer. Door de digitale revolutie is er veel veranderd ten opzichte van de traditionele praktijk van de beeldhouwer, veel is ook hetzelfde gebleven. Reden voor Rinus Roelofs om met overtuiging in het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Beeldhouwers te stappen, maar tegelijkertijd zijn heil te zoeken op de virtuele werkvloer waar kunstenaars, wiskundigen, architecten en kunsthistorici elkaar vinden.
Zijn werk bestaat uit animaties, computertekeningen en modellen. Een overwegend digitaal oeuvre. Gelukkig bestaan er ook nog momenten dat een tastbaar beeld gerealiseerd kan worden.
Het grote beeld is klaar. Zes masten van staal liggen klaar in de fabriek van staalconstructeur Evert Strobos op het Hengeiose industrieterrein. Met in hun kruin een vlechtwerk van stalen balken. De abstracte vertaling van een groepje bomen in zacht-glanzend RVS. Het beeld zal straks zes meter hoog oprijzen op het Stationsplein in Enschede, de diameter bedraagt een meter of drie. "Het opzetten ervan kan in een uur of twee gepiept zijn", zegt Roelofs monter. "De fundering ligt al klaar onder de bestrating." Maar op de vraag wanneer dat heuglijke feit zal plaats vinden moet hij het antwoord schuldig blijven. Onlangs kreeg hij te horen dat de opdrachtgever had verzuimd een bouwvergunning aan te vragen. Foutje bij de gemeente Enschede. Gelukkig is het op te lossen, maar ja, dat kost wel tijd. En zo'n kolos leg je niet even in de achtertuin.
Het is niet zijn eerste beeld voor Enschede. Bij het zwembad staat een oudere versie. Aanvankelijk wilde men dat beeld verplaatsen, maar de zwemmers waren zo gehecht aan hun beeld dat daar geen sprake van kon zijn. En dus kreeg Roelofs een tweede opdracht. Voor dit kunstwerk ging hij opnieuw uit van in principe oneindige structuren en patronen. De kunst is daaruit een beeld te isoleren, een zodanig fragment te kiezen dat het zelfstandig kan bestaan, terwijl toch die oneindige structuur voelbaar blijft. Het ziet er uit alsof de balken heel natuurlijk zwevend op elkaar rusten. De lassen zijn onzichtbaar, het beeld ademt daardoor grote perfectie. En harmonie, want dat is waar Roelofs als beeldhouwer toch uiteindelijk naar op zoek is.
Escher
Roelofs heeft de afgelopen jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Op zijn tentoonstelling nu twee jaar geleden in het Oldenzaalse museum Het Palthehuis heeft hij laten zien wat digitaal of numeriek beeldhouwen zoal inhoudt. Roelofs, die een studie toegepaste wiskunde aan de Universiteit Twente combineerde met een opleiding beeldhouwen aan de AKI, raakte geboeid door de figuren van Escher en besloot als beeldhouwer de derde dimensie te exploreren op basis van de tweedimensionale composities van graficus Escher. En dus tekende hij eindeloze regelmatige veelhoeken, tegelpatronen en vlechtwerken, stuitte op vaste structuren en vertaalde die naar ruimtelijke objecten.
De computer was aanvankelijk een natuurlijk hulpmiddel. De grote sprong voorwaarts kwam toen het programma Rhinoceros (1999) op de markt kwam. Daarmee kan Roelofs digitaal beeldhouwen, onbeperkt vormen ontwerpen, veranderen, kleuren, laten draaien en bewegen. En vervolgens tekenen en als digitale print vermenigvuldigen en de wereld in sturen. Niet alleen de tekening laat zich printen, inmiddels zijn er ook driedimensionale printers, zodat de modellen als kleine of grotere objecten van kunststof rechtstreeks uit de machine rollen.
.
Research
Het vak van beeldhouwer is aan snelle veranderingen onderhevig. Twee jaar geleden in Oldenzaal zei hij nog vijftig procent van zijn tijd aan research te besteden en vijftig procent aan de uitwerking van zijn beelden. Nu werkt hij zeker driekwart van zijn tijd aan zijn research. Voor de uitwerking van de beelden wijkt Roelofs steeds vaker uit naar gespecialiseerde bedrijven. Voor staal naar collega-beeldhouwer Evert Strobos, voor brons naar collega-beeldhouwer/bronsgieter Robert Jansen, voorheen werkzaam in Almelo, nu in Markelo. En wat betreft de modellen die hij vroeger zelf in zijn houtwerkplaats maakte steeds vaker naar de driedimensionale printer. Zelf brengt hij het grootste gedeelte van de dag door achter het beeldscherm. Het grote voordeel is tijdwinst. Stond hij voorheen een week te werken in zijn atelier om te zien hoe het model in tastbare vorm werkte, nu heeft hij zo'n model veel sneller in de hand en kan er dus ook sneller op reflecteren. Wat eveneens anders is: je laat alleen beelden uitvoeren als daartoe een opdracht verstrekt is. Je bouwt dus geen voorraad op, je hebt geen uitstalkast in de vorm van een galerie nodig, je bouwt aan een digitaal oeuvre.
Wel beschouwt Roelofs zich honderd procent beeldhouwer en hij is dan ook sinds kort bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Beeldhouwers. Toch zou de aanduiding wetenschapper in zijn geval niet misplaatst zijn. Aan het digitale beeldhouwen komt heel wat wiskunde en kennis van de nieuwste media te pas. Het leuke is dat de nieuwe media hem niet alleen de mogelijkheid geven zijn tekeningen en modellen te bouwen en te bedenken en te beproeven, maar dat hij dat dankzij internet ook wereldwijd kan doen en samen met een Amerikaan, een Hongaar, of noem maar op, aan een werkstuk kan werken. Het is een uitermate gespecialiseerd gebied en fantastisch dat die paar specialisten die er op de wereld zijn, elkaar op deze manier vinden. Niet alleen in de virtuele ruimte gelukkig. Jaarlijks vindt er een groot congres plaats in Kansas, Verenigde Staten, waar men elkaar ontmoet, presentaties en lezingen houdt. Roelofs was er vorig jaar bij toen het congres bij wijze van Europees uitstapje in Granada werd gehouden. Helemaal te gek, zo dicht bij het magistrale Alhambra waar de islamitische kunst van geometrische patronen haar hoogtepunt heeft bereikt. Zijn bijdrage staat in de congresbundel en ook dit jaar zal hij weer een lezing verzorgen. Ditmaal gaat het over spiralen en de constructies die daaraan ten grondslag liggen.
Koepelbouw
Ondertussen werkte Roelofs in Italië in Vinci aan het Da Vinci-project. Daarbij gaat het om koepelbouw. Twee jaar geleden in Oldenzaal toonde hij een zelfdragende koepelconstructie van balken. Speurend naar parallellen vond hij alleen in de schetsboeken van Leonardo hetzelfde principe in een schetsje terug. Wel stuitte hij op een grotere groep mensen die zich voor vormen van koepelbouw interesseren. Vooral de Amerikaan Buckminster Fuller geldt als inspirator voor de koepelachtige woonruimtes die de communes van de jaren zeventig in bosrijke omgevingen neerzetten. Vanuit de architectuur kwamen deze constructies tot stand. Nu bespeurt Roelofs opnieuw belangstelling, maar ditmaal niet vanuit het romantische levensgevoel van de jaren zeventig, maar veeleer vanuit de insteek: kunst en wetenschap.
I
n Vinci bezocht Roelofs een klein congres met architecten, wiskundigen, kunsthistorici en kunstenaars. Het project krijgt een vervolg rnet tentoonstellingen in Vinci (bij Florence), Portugal, Engeland en misschien Nederland.
De afgelopen jaren werkte hij veel samen met de Amerikaan Torn Longtin. Samen maken zij digitale beelden en animaties, samen exposeren ze en winnen ze prijzen en het was pas na jaren dat zij elkaar voor het eerst in levenden lijve aanschouwden. Onder het motto copyright = copyleft delen zij hun kennis en werken zij onbaatzuchtig samen. Als grootste drijfveer voor zijn werk noemt Roelofs zonder aarzeling zijn fascinatie voor de combinatie van kunst en wetenschap. Hoe wiskundige structuren de vormen sturen, hoe tweede en derde dimensie zich tot elkaar verhouden, dat soort processen. Hij laat één en ander zien op het beeldscherm. Met een klik van de muis begint zich een vel papier op te vouwen en op te blazen tot een ruimtelijk object om bij een volgende klik alle plooien glad te strijken en weer terug te keren tot de staat van glad vel papier. De mogelijkheden zijn onbegrensd en juist door samen te werken ga je nieuwe vragen stellen en nieuwe oplossingen zoeken. Ondertussen groeit zijn netwerk. De laatste maanden werkt hij intensief samen met Daniel Erdély, een Hongaar. Plannen voor een tentoonstelling volgend jaar in Boedapest, nemen vaste vorm aan.
Snelson
Maar de grootste verrassing wachtte hem toen er een brief arriveerde van Kenneth Snelson. Jazeker, de nu 77-jarige Amerikaanse beeldhouwer wiens werken over de hele wereld verspreid zijn. Onder meer in het beeldenpark van Kröller Muller op de Hoge Veluwe, waar zijn 28 meter hoge Naaldtoren uit 1968 juist nu helemaal gerestaureerd wordt. Op de UT staat een imitatie van Snelsons kunstwerk en dat is een minder leuk verhaal volgens Roelofs. Er zou daar indertijd een beeld van Richard Serra komen, er was zelfs al een proefopstelling gemaakt. Studenten vonden het niks en ook veel te duur en maakten toen zelf een soort Snelsontoren, waarmee de komst van het Serrabeeld getorpedeerd werd. Jammer voor het kunstbezit op de campus, maar eigenlijk ook wel een vorm van waardering voor de wiskundige kant en de ingenieuze, maar tevens heel eenvoudige constructie van Snelsons toren.
Kenneth Snelson bleef zijn verdere loopbaan geboeid door dat soort constructies. Hij experimenteert veel met materialen als bamboe en raffia en technieken als vlechten, weven en binden. Snelson werd door een collega geattendeerd op Roelofs' website en liet weten zeer geïnteresseerd te zijn in Roelofs' kennis en vaardigheden bij het digitaal vertalen van zijn handgemaakte en vervolgens gefotografeerde studies. Op het beeldscherm toont Roelofs de modellen en wetmatigheden die hij op het spoor komt. Moet een beroemd Amerikaans beeldhouwer hiervoor in Nederland
terecht komen?, vraag je je af. Kennelijk is het antwoord: ja. Snelson schrijft dat hij jaren terug wel eens met computerdeskundigen een poging had gewaagd maar dat dit voor hem toen helemaal niets opleverde. Nu wel. Roelofs ontdekt vergelijkbare structuren in verschillende ontwerpen: je overziet de hoeveelheid, waar zit het bijzondere? Er is een dialoog op gang gekomen, deze zomer zullen ze elkaar ook in het echt ontmoeten. Voor Roelofs is dat alles niet anders dan het ooit geweest is in de kunst en in de wetenschap. Je hebt elkaar nodig, je bouwt voort op eerdere ontdekkingen, je kijkt naar het werk van kunstenaars die met verwante zaken bezig zijn. Zoals Leonardo da Vinci, wiens werk uitdagingen blijft bieden. Alleen moet je de antwoorden op je vragen wel zelf of met een groep geïnteresseerden bedenken. Zomaar samenwerken met geestverwanten, die jou vinden via je website of je bijdrage aan de congresbundel, waar dan ook ter wereld, dat is de onomstotelijke winst voor de kunst van internet.
Aan het digitale beeldhouwen komt heel wat wiskunde en kennis van de nieuwste media te pas. Het leuke is dat de nieuwe media hem niet alleen de mogelijkheid geven zijn tekeningen en modellen te bouwen en te bedenken en te beproeven, maar dat hij dat dankzij internét ook wereldwijd kan doen en samen met een Amerikaan, een Hongaar, of noem maar op, aan een werkstuk kan werken.
Artikel uit 'de ROSKAM' van 11 juni 2004 - Peggie Breitbarth.