Kunst, wetenschap en techniek verweven
Oldenzaal en Neuenhaus
in traditie van Da Vinci

Peggie Breitbarth.

Twee Amerikanen en een Nederlander in Neuenhaus, een Amerikaan en een Nederlander in Oldenzaal. Kunst is dankzij de verworvenheden van de nieuwe technologie grenslozer dan ooit. De Amerikanen Purdy en Dacey kwamen naar Neuenhaus om daar evenals de Nederlander Fré Ilgen in situ te werken, dus ter plaatse. De Amerikaan Tom Longtin, wiens naam op het Oldenzaalse aanplakbiljet prijkt, bleef gewoon thuis. Zijn samenwerking met de Hengelose beeldhouwer Rinus Roelofs is volstrekt digitaal van aard. De tentoonstellingen bieden rijke perspectieven voor zowel de kunstenaars als de kunstaanschouwers.
Al lang voor de digitale revolutie haar beslag kreeg waren kunstenaars bezig de verworvenheden van de wiskunde als uitgangspunt van hun kunst te gebruiken. Wie kent niet de intrigerende figuren van de graficus M.C. Escher. In de jaren vijftig gewilde illustraties voor het wiskundeboek, in de jaren zestig, de tijd van Op-Art langzaamaan ook in kunstkringen geschat en gewaardeerd, en nu wereldwijd bekend. Het Haags Gemeentemuseum gaat zijn uitgebreide Escher-collectie in een speciale vleugel onderbrengen, de merchandising van het merk Escher (puzzels, spelletjes, dassen, et cetera) loopt fantastisch.
Kunst kan worden opgevat als een proces van onderzoek en ontwikkeling. Rinus Roelofs, die een studie toegepaste wiskunde aan de Universiteit Twente combineerde met een opleiding beeldhouwen aan de AKI, raakte geboeid door de figuren van Escher en besloot als beeldhouwer de derde dimensie te exploreren op basis van de tweedimensionale composities van graficus Escher. En dus tekende hij eindeloze tegelpatronen en vlechtwerken, stuitte op structuren, vertaalde die naar ruimtelijke objecten en ontdekte toen dat hij een stevige koepel kon construeren, louter en alleen door stokken, balken of latten van gelijke lengte in een bepaald patroon te leggen. Het resultaat is te zien in de tuin van Het Palthehuis te Oldenzaal. Een stoere constructie van ruwhouten palen, die alle kenmerken van de schoonheid van de eenvoud in zicvh draagt. Zo simpel dat Roelofs zich afvroeg waarom dit principe nooit eerder in de bouwkunst was toegepast. Hij ging op zoek en heeft tot dusver geen voorbeelden gevonden, behalve een blad met tekeningen van Leonardo da Vinci. En met die illustere naam komen we terecht in het gebied waar kunst en wetenschap tegen elkaar aanschurken.
Digitaal beeldhouwen
De computer was voor Roelofs aanvankelijk een natuurlijk hulpmiddel. De grote sprong werd gemaakt toen het programma Rhinoceros (1999) op de markt kwam. Daarmee kon de kunstenaar digitaal beeldhouwen, onbeperkt vormen ontwerpen, veranderen, kleuren, l;aten draaien en bewegen. De video die hij samen met Tom Longtin maakte en die op de tentoonstelling draait, is een ware hoorn des overvloeds. Eenvoudige structuren groeien uit tot ingewikkelde patronen en kunnen door middel van kleur of transparantie tot sprookjesachtige digitale bloemen uitgroeien.
Roelofs gebruikt niet alleen de technische maar ook de communicatieve mogelijkheden van de nieuwe technologie. Zo ontmoette hij zijn Amerikaanse partner in een gebruikersgroep op internet. En hoewel zij elkaar nog nooit in levende lijve zagen, onderhouden zij een intensieve relatie. Zij delen elkaars ontwerpen en vullen elkaar aan. Heel praktisch en doelmatig, zegt Roelofs, want door het tijdsverschil is het zo dat er 24 uur gewerkt kan worden. Als Roelofs naar bed gaat, zet hij zijn ontwerp op de e-mail en als hij 's ochtends weer opstaat, ligt het door Tom Longtin bewerkte en aangevulde ontwerp weer klaar.
En hoe zit het dan met de individuele aard van het kunstwerk? Niet belangrijk, zegt Roelofs, het gaat om onderzoek en ontwikkeling. In hun artistiek-digitale wereld propageert men copyright=copyleft, je wint meer door te delen dan door het voor jezelf te houden.
Bij het vorig jaar in Parijs gehouden Concours International de Sculpture Numérique won Longtin de eerste en Roelofs de tweede prijs.
Futurologisch vergezicht
Hoe de digitale of numerieke beeldhouwkunst zich zal ontwikkelen is nog een vraag. Voorlopig kiest de kunstenaar voor een aantal mogelijkheden die bij de traditionele kunstwereld van het verhandelbare object aansluiten. Zo zijn er in de categorie werk voor aan de wand prints van driedimensionale ontwerpen, gedetailleerd in vorm, kleur en materiaal. Presentaties van voorwerpen die in materiële vorm niet of nog niet bestaan.
Dan zijn er natuurlijk de hologrammen, waarbij de derde dimensie opgeroepen wordt als was het een schim in een andere wereld die zich achter het platte vlak bevindt. De techniek is inmiddels bekend, maar voor de beeldhouwer schuilen er wellicht nog wel onbenutte mogelijkheden in deze werkvorm. In de categorie objecten vinden we kleine modellen, de zogenaamde hard copy. Er bestaan namelijk ook machines die driedimensionaal kopiëren. Die modellen zijn in theorie natuurlijk ook te vergroten en in verschillende materialen uit te voeren, handmatig of via digitale processen.
En dan zijn er op scherm de animaties, die ook weer een wijd scala van toepassingsmogelijkheden in zich bergen. Kortom, een tentoonstelling met futurologische vergezichten.
Artikel uit 'de ROSKAM' van 17 mei 2002 - Peggie Breitbarth.